Kruisvaarder tegen het communisme krijgt Medal of Honor

Kolonel John Ripley verwierf eeuwige roem met zijn heldendaden als marinier in Vietnam. Daar krijgt hij nu de Medal of Honor voor.

Kruisvaarder tegen het communisme krijgt Medal of Honor

De Amerikaanse president Donald Trump heeft donderdag postuum de Medal of Honor uitgereikt aan marinier kolonel John W. Ripley (1939-2008). Dit vanwege zijn uitzonderlijke moed in de Vietnamoorlog. De Medal of Honor is de hoogste militaire onderscheiding van de Verenigde Staten, vergelijkbaar met 'onze' Militaire Willems-Orde. Bij deze gelegenheid brengen we het meeslepende verhaal van kolonel Ripley, kruisvaarder tegen het communisme, zoals verteld door Jeremias Wells.

Inleiding

Wanneer een samenleving de strijders die bereid zijn hun bloed te vergieten voor haar principes niet langer respecteert en eert, ligt de schuld niet bij de strijders zelf, maar bij de samenleving. Ondankbaarheid is een subtiele ondeugd, maar niettemin een ondeugd. Sint-Thomas van Aquino zegt dat een dankbaarheidsschuld een morele schuld is die door de deugd wordt vereist. In de afgelopen decennia heeft het Amerikaanse begrip van morele rechtvaardigheid helaas te wensen overgelaten.

De burgermaatschappij is niet altijd zo harteloos geweest. Al sinds de opkomst van de christelijke cultuur heeft de christenheid zijn ridder-strijders hoog in het vaandel gedragen. Niet alleen dat: zij vormden een fundamentele, creatieve kracht die de westerse beschaving heeft gevormd, zoals een studie van de kruistochten zal bevestigen. Een ridder uit de middeleeuwen trok ten strijde in een geest van zelfopoffering ter verheerlijking van de Kerk of het algemeen welzijn van de wereldlijke samenleving.

Door de eeuwen heen overleefden de bewondering en waardering voor de strijder een reeks revolutionaire en filosofische tegenslagen die de christenheid zwaar troffen; dat wil zeggen, tot de komst van het communisme. Naarmate dit laatste kwaad aan invloed won, volgde een evenredige afname van de strijdlust. Keer op keer behaalden de communisten overwinningen omdat voldoende steun vanuit de gedrukte media en via film- en televisieschermen de Amerikaanse en westerse strijdlust effectief had ontwapend. Toch blijven de Pattons en MacArthurs van deze wereld naar voren treden, bereid de dood onder ogen te zien in plaats van de eeuwenoude idealen van de krijger te verraden. Het volgende verhaal vertegenwoordigt onze bijdrage aan het eren van die kruistochtgeest.

Achtergrond

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog begonnen de Verenigde Staten en hun bondgenoten met een reeks toegevingen aan het communisme die vrijwel zeker tot meer gewapende conflicten zouden leiden. In China brak een burgeroorlog uit tussen de communisten en de Chinese regering onder leiding van generaal Chiang Kai-shek, die onze trouwe bondgenoot tegen de Japanners was geweest. Onder het mom van eenheid drongen de Verenigde Staten erop aan dat de communisten in de regering zouden worden opgenomen. Toen Chiang weigerde, stopte George C. Marshall, aanvankelijk ambassadeur in China en later minister van Buitenlandse Zaken, alle hulp aan hem, ondanks het feit dat de communisten ruimschoots werden bevoorraad door de Russen. Als gevolg daarvan namen de communisten heel China over.

Dit bleek rampzalig voor toekomstige operaties in de Stille Oceaan, want de communisten beschikten nu over een groot reservoir aan getrainde, goed bewapende manschappen waaruit ze konden putten. Als gevolg van de verdragen na de Tweede Wereldoorlog werd Korea verdeeld tussen het communistische Noorden en het door de Amerikanen gesteunde Zuiden. In 1950 stormde het Noord-Koreaanse leger de grens over en stond op het punt alle troepen van de Vrije Wereld in zee te drijven, toen generaal Douglas MacArthur persoonlijk het bevel op zich nam. In een briljante en zorgvuldig verborgen manoeuvre voerde hij onder uiterst moeilijke omstandigheden een verrassende amfibische landing uit in de haven van Inchon en dreef hij de Noord-Koreanen uiteindelijk helemaal terug naar China

Toen de Chinese communisten zich in positie brachten voor een tegenaanval, kreeg MacArthur ronduit te horen dat hij geen bombardementen mocht uitvoeren op hun verzamelgebieden of op enigerlei wijze hun bevoorradingslijnen en communicatie mocht hinderen. President Truman ontsloeg vervolgens de „Oude Soldaat“ omdat hij in het openbaar had verklaard dat er in oorlogvoering geen alternatief is voor de overwinning. Zijn opvolger was generaal Mark Clark, die in 1953 een wapenstilstand ondertekende waarbij de oorspronkelijke grenzen werden hersteld. Generaal Clark betreurde het dat hij de eerste commandant van het Amerikaanse leger in de geschiedenis was die een wapenstilstand ondertekende zonder overwinning.

In het begin van de jaren zestig trokken de communisten op tegen Zuid-Vietnam, dat eveneens verdeeld was tussen het communistische Noorden en het anticommunistische Zuiden. Het scenario was grotendeels hetzelfde. In maart 1969 beschikten de Verenigde Staten in Zuid-Vietnam over een troepenmacht van 541.500 man. Op geen enkel moment hebben de Amerikaanse strijdkrachten zich vastberaden ingespannen om het vermogen van de vijand om oorlog te voeren te vernietigen. Toen Richard Nixon in januari 1969 het Witte Huis betrad, was hij vooral bezig met het terugtrekken van de Amerikaanse troepen en het aan de onderhandelingstafel krijgen van Noord-Vietnam. Noord-Vietnam was vooral bezig met het verpletteren van zijn vijand.

Bij het bestuderen van de vredesonderhandelingen uit deze periode zou men gemakkelijk kunnen worden misleid om de drogreden te aanvaarden dat het redden van levens een compromis met de communisten waard was. Dat lijkt misschien alleen redelijk als we de beroemde en vaak geciteerde waarschuwing van Pius XI vergeten: „Wij kunnen niet zonder verdriet kijken naar de onachtzaamheid van hen die deze dreigende gevaren lijken te bagatelliseren, en met volkomen onverschilligheid toestaan dat die doctrines zich wijd en zijd verspreiden die door middel van geweld en bloedvergieten de vernietiging van de gehele samenleving nastreven.” De vijanden van het christendom houden nooit op; zij blijven vorderingen maken, vreedzaam of anderszins. Tijdens het Paasoffensief in 1972 besloten kolonel (toen nog kapitein) John Ripley en het Derde Vietnamese Mariniersbataljon in te grijpen en de weg te versperren.

Ripley1 1

Kolonel - toen nog kapitein - Ripley, tweede van links, daags voor zijn heldendaad. Bron afbeelding: nobility.org.

De aanval

Tegen het voorjaar van 1972 had het Noord-Vietnamese leger (NVA) zijn troepenopbouw voltooid en was het klaar om een grootschalige aanval op Zuid-Vietnam uit te voeren. Als onderdeel van de aanval begonnen twee infanteriedivisies, 30.000 soldaten met ondersteuning van tanks en artillerie, de grens tussen de twee landen over te steken en zuidwaarts aan te vallen langs Highway 1, de belangrijkste noord-zuidverbinding. Ze moesten eerst een snelwegbrug veroveren over de belangrijkste waterbarrière, de Cua Viet-rivier, net ten noorden van de stad Dong Ha. Alleen het Derde Zuid-Vietnamese Mariniersbataljon bevond zich in een positie om deze cruciale aanvalsroute te blokkeren en zo kostbare tijd te winnen. Aan het 700 man sterke bataljon werd de enorme taak toevertrouwd om 30.000 Noord-Vietnamezen tegen te houden, of op zijn minst te vertragen.

Het kleine aantal Amerikanen dat nu nog in grondgevechten verwikkeld was, werd als adviseurs toegewezen aan Zuid-Vietnamese eenheden. Er waren maar weinig mannen die beter gekwalificeerd waren om bijstand te verlenen bij deze bijna onmogelijke opdracht dan kapitein John Ripley uit Radford, Virginia. Als afgestudeerde van de Marineacademie in Annapolis leidde hij in 1967 een geweercompagnie door een jaar van intense gevechten. Ripley diende vervolgens een uitwisselingsperiode bij de Britse Royal Marines. Na zijn terugkeer bij de Amerikaanse strijdkrachten voltooide hij zowel de Airborne- - als de Ranger-opleiding van het leger en trainde hij samen met de kikvorsmannen van de marine in onderwaterdemolitieteams.

Na zijn opleiding bij vier elite-eenheden sloot Ripley zich nu aan bij een van de beste eenheden van het Vietnamese Marinekorps, dat zelf al een elite-divisie was. Majoor Le Ba Binh voerde het bevel over het Derde Bataljon en had een staat van dienst die net zo indrukwekkend was als die van zijn Amerikaanse adviseur. Hij was een dozijn keer gewond geraakt en vele malen onderscheiden, en stond erom bekend zijn manschappen vanaf de frontlinie te leiden, zoals verwacht mocht worden van een lid van de aristocratische krijgersklasse.

Het Derde Bataljon bestond uit vier infanteriecompagnieën. Twee daarvan en kapitein Ripley brachten de nacht voor Paaszondag door in een verlaten gevechtsbasis net ten westen van Dong Ha. Het Noord-Vietnamese leger wist dat ze daar waren, want ze bestookten het complex de hele nacht lang met zwaar artillerievuur. De granaten kwamen met vier of vijf per minuut suizend aangevlogen. De Vietnamezen kregen weinig slaap; Ripley helemaal geen.

Toen de dag aanbrak onder een bewolkte hemel, ging Ripley naar buiten om de granaatkraters te inspecteren. Het artillerievuur werd weg van het kamp in de richting van Dong Ha gericht. Hij riep zijn radioman om verslag uit te brengen aan zijn eigen hoofdkwartier. Nha, de jonge Vietnamees met het babygezichtje, kwam aangelopen met een lange, heen en weer zwaaiende zweepantenne. In de maanden dat ze samen hadden gevochten, waren de twee onafscheidelijk geworden. Geen van beiden kende de taal van de ander goed, maar gezichtsuitdrukkingen en een gemeenschappelijk gevaar maakten woorden overbodig. Tegen die tijd kon Nha Ripley’s gedachten lezen.

Ripley greep de hoorn. Het hoofdkwartier gaf de orders door: „Trek je terug naar Dong Ha en verdedig de brug. Ik geef je meer informatie zodra ik kan.” Binhs lijfwacht, een krachtig gebouwde, ruige kerel die bekend stond als ‘Three-fingered Jack’, verscheen en vertelde Ripley dat Binh hem bij zijn commandopost wilde hebben. Jack was een van die stille, alerte veteranen die respect afdwingen, een gevreesde vijand en een welkome bondgenoot.

Binh had besloten de twee direct beschikbare compagnieën langs de zuidoever van de Cua Viet-rivier in te zetten. Eén compagnie zou de hoofdbrug bewaken die werd gebruikt voor het noord-zuidverkeer langs Highway 1. Deze was vijf jaar eerder door de Sea Bees (genisten van de marine, red.) gebouwd om de zwaarste Amerikaanse wapens en uitrusting, waaronder tanks, te vervoeren. De andere compagnie zou een veel oudere brug iets stroomopwaarts bewaken die alleen lichte uitrusting kon dragen. Binh zei tegen zijn mariniers dat ze diepe schuttersputten moesten graven. Er zouden geen terugvalposities zijn. Ze moesten de rivieroever verdedigen.

De twee compagnieën vormden een colonne met Binh en Ripley voorop en trokken op naar de brug. Een ander radiobericht waarschuwde: „Geen tijd voor vragen, verwacht vijandelijke tanks. Uit.“ Toen ze Highway 9 bereikten, die langs de zuidelijke rivieroever liep en bij Dong Ha Highway 1 kruiste, was deze verstopt met duizenden vluchtelingen en, wat nog erger was, honderden deserteurs. Ze hadden allemaal maar één gedachte: zo snel mogelijk zo ver mogelijk wegkomen.

Binhs radiocontact deelde hem mee dat de rest van zijn bataljon, plus een regulier tankbataljon van het Leger van de Republiek Vietnam (ARVN) met ongeveer 40 tanks, zich een mijl ten westen van de stad bij hen zou voegen. De middelzware tanks zouden qua vuurkracht enigszins in het nadeel zijn ten opzichte van de zwaardere Sovjet-T-54’s, maar ze waren zeker beter dan helemaal geen tankondersteuning. De commandant van het tankbataljon, een luitenant-kolonel van het ARVN, wachtte op het ontmoetingspunt samen met zijn Amerikaanse adviseur, majoor James Smock. De eerste was niet bepaald enthousiast om in de buurt te blijven en moest voortdurend worden aangespoord om mee te werken.

Nha benaderde Ripley. Het was weer het hoofdkwartier: „Onze buitenposten horen de tanks aankomen. Ze rijden door het struikgewas vlak naast de weg, maar vroeg of laat zullen ze weer Highway 1 op moeten om de brug over te steken.”

‘Hebben we geen vliegtuigen in de lucht om te zien hoeveel het er zijn?’ vroeg Ripley.

‘Nog niet. Laag wolkendek.’

‘Kom op. We moeten hier toch wel duizend voet hebben.’

“Geloof me, maat, we doen alles wat we kunnen. Elke vuurbasis daarboven krijgt het zwaar te verduren en sommige zijn al gevallen. Je moet de brug verdedigen en je moet het alleen doen. Er is hier niets om je te ondersteunen.”

Ripley’s Amerikaanse adviseur bleef hem slecht nieuws brengen. Vrijwel alle verzet ten noorden van de brug was uitgeschakeld, wat waarschijnlijk de oorzaak was van de ARVN-deserteurs die samen met de vluchtelingen de weg verstopten. Toen kwam de genadeslag: „We hebben eindelijk een verkenningsvliegtuig in de lucht. Ze hebben tanks en gepantserde personeelsvoertuigen die zich kilometerslang langs Highway 1 uitstrekken. Het moeten er minstens tweehonderd zijn.“

Ripley riep terug: „Zoveel kunnen we niet tegenhouden. We moeten de brug bij Dong Ha opblazen.” Eerst aarzelde zijn meerdere via de radio. De hoge pieten in Saigon wilden de brug in behouden. Uiteindelijk won Ripleys logica het. Een vermoeide stem antwoordde: „Je hebt gelijk. We kunnen er geen toestemming voor geven, maar je moet die brug opblazen. Ga die kant op en we sturen wat explosieven naar je toe.”

Toen ze Dong Ha naderden, zagen ze de gevolgen van de verwoestende vuurkracht van de zware artillerie van de vijand. Lichamen lagen in stukken gescheurd en vergeten langs de kant van de weg. Dood vee en omvergeworpen karren lagen in alle richtingen verspreid. Toen begon de artillerie opnieuw; talloze kanonnen vuurden tegelijk en granaten explodeerden overal in de stad, maar alleen in de stad. De stad werd van de kaart geblazen. Alles kwam tot stilstand langs de snelweg.

De tankkolonne kon niet verder en kon ook niet blijven waar ze was. Ze trokken zich terug naar het westen, draaiden af naar het zuidoosten en reden vanuit het zuiden de restanten van de stad binnen. De beschietingen werden afwisselend heviger en dan weer minder intens. Aan de rand van de stad weigerde de tankcommandant verder te gaan, maar na nog wat discussie stemde hij ermee in om twee tanks de dynamieters te laten vergezellen. Als afscheidswoord zei Binh tegen Ripley dat hij een bericht naar zijn superieuren moest sturen: „Er zijn Vietnamese mariniers in Dong Ha. We zullen vechten in Dong Ha. We zullen sterven in Dong Ha. Zolang er ook maar één marinier nog ademt, zal Dong Ha van ons zijn.” Honderd yards van het zuidelijke uiteinde van de brug maakten Ripley, Smock en Nha zich klaar om alleen verder te gaan.

Volg COV op Telegram

De brug

Kapitein Ripley bestudeerde de brug door zijn verrekijker. De brug was eenvoudig maar massief gebouwd. De basissterkte van de brug lag in de stalen I-balken die de bovenbouw ondersteunden. Ze liepen in de lengterichting, dat wil zeggen in de richting waarin het verkeer zou stromen. Elke balk was een meter hoog en de flenzen staken zeven tot acht centimeter uit aan weerszijden van het verticale element. Er waren er zes in de breedte, met een tussenruimte van ongeveer een meter. Met al dat staal, bedacht Ripley bij zichzelf, hadden de Sea Bees net zo goed een slagschip kunnen bouwen.

Deze honderd voet lange liggers rustten op massieve, met staal gewapende betonnen pijlers (tussensteunen) die acht tot tien meter uit de rivier reikten. Aan beide zijden van de rivier sloten de dertig meter lange overspanningen aan op de landhoofden (eindsteunen). De pijlers waren tussen de twee en drie meter dik. Ze zouden elke destijds beschikbare explosieve kracht gemakkelijk hebben weerstaan. De kunst was om de explosieven zo te plaatsen dat één set liggers van de pijlers werd geslagen, waardoor een overspanning van dertig meter in de rivier zou vallen – geen geringe opgave, maar wel haalbaar voor een soldaat met de juiste training. Gelukkig had kapitein Ripley de nodige training genoten op de Ranger School.

Ripley keek naar het tafereel recht voor zich. Langs de nabije rivieroever hadden twee compagnieën van Binhs mariniers zich ingegraven. Aan de overkant van de rivier, aan de noordkant, moesten zich duizenden NVA-troepen in het gebied bevinden. Halverwege de helling stond een bunker, opgebouwd uit zandzakken die waren overgebleven van een eerdere veldslag.

Het drietal stond op en rende in één ruk naar de bunker. Terwijl ze renden, nam het vuur vanaf de noordkant in intensiteit en nauwkeurigheid toe. Ze doken net op tijd de bunker in. Verschillende kogels sloegen vlak voor hen in de zandzakken. Ripley besloot Nha hier achter te laten, waar hij net zo gemakkelijk verslag kon uitbrengen aan het hoofdkwartier, en hem niet aan meer gevaar dan nodig bloot te stellen.

Vervolgens trok hij de aandacht van een pelotonleider aan de rivieroever. Met gebarentaal vroeg hij hem om dekking te bieden voor het laatste stuk van de tocht naar de brugpijler. Binnen korte tijd hadden de mariniers van Binh een gestage vuurlinie die de NVA-posities op de noordoever bestookte.

De twee officieren kwamen uit hun dekking tevoorschijn en renden rechtstreeks naar de brug. Opnieuw nam het vuur toe naarmate ze hun doel naderden. Een zwaar tankmachinegeweer sloeg een wolk stof voor hen op. Ripley zette steeds harder door. Toen hij veilig de brugpijler bereikte, zakte hij bijna in elkaar van de inspanning. Hij vroeg zich af hoe lang hij dit nog zou moeten volhouden.

Ripley2 di

Diorama van kolonel Ripleys heldendaad, in de Amerikaanse marineacademie. Bron afbeelding: nobility.org.

De explosie

De explosieven lagen op hen te wachten: ongeveer een dozijn dennenhouten kisten en evenveel canvas rugzakken. Ripley las de opdruk op de kisten van drie voet: DEMOLITION-TNT. Elke kist bevatte 150 blokken die eruit zagen als grijze industriële zeep. De rugzakken bevatten plastic explosieven die in combinatie met de TNT moesten worden gebruikt.

Ripley besloot de liggers bij de eerste pijler, honderd voet van de brughoofd, los te snijden. Zijn problemen begonnen onmiddellijk. De Sea Bees hadden, om sabotage aan het onderste deel van de brug te voorkomen, aan de rivierzijde van het brughoofd een hekwerk van kettinggaas geplaatst, met daarbovenop drie rollen prikkeldraad. Ripley moest over het prikkeldraad kruipen.

Hij koos ervoor om aan de stroomafwaartse kant van de brug te werken. De meeste infanteristen op beide oevers hadden zich stroomopwaarts ingegraven, waar ze meer open ruimte hadden. De kapitein van de mariniers klom over het hek en greep de onderste flenzen van de I-balk vast. Vervolgens zwaaide hij zijn voeten omhoog en haakte ze aan de flens vast.

Hij begon zich centimeter voor centimeter langs de balk voort te bewegen. Zijn benen kregen het zwaar te verduren. Het prikkeldraad sneed talloze wonden in zijn benen, die hevig bloedden. Hij baande zich een weg door het prikkeldraad. Hij was en zweette hevig. Het zweet rolde in zijn wonden en die begonnen te branden. Eindelijk was hij door het prikkeldraad heen.

Met nog dertig meter te gaan liet Ripley zijn voeten loshangen en ging hij op zijn handen over de balk verder, waarbij hij zich hand voor hand naar voren slingerde. Aangekomen bij de pier deed hij een poging om zichzelf omhoog te katapulteren in de ruimte tussen de buitenste balk en de volgende stroomopwaarts. Zijn benen wilden niet meewerken. Zijn energie was op. Hij hing alleen nog aan zijn handen, die pijn begonnen te doen. Ofwel zou hij snel tussen de twee balken omhoog springen, ofwel zou hij in de rivier vallen. Opnieuw; deze keer haalde hij het bijna. Bij de derde poging grepen zijn hielen de flenzen vast. Toen draaide hij zich om totdat zijn lichaam met gespreide armen en benen tussen de twee balken lag. Hij zette de twee rugzakken met satchel-ladingen neer en kroop op zijn ellebogen en knieën terug naar majoor Smock en het hek.

De majoor reikte de eerste twee dozen TNT en nog twee rugzakken door het prikkeldraad, waardoor de majoor snijwonden aan zijn handen en armen opliep. Met zijn armen en benen wijd gespreid tussen de twee balken plaatste Ripley de dozen op de flenzen en sleepte de lading, die meer dan 180 pond woog, terug naar de pier, waar hij de ladingen aan de eerste dozen met explosieven bevestigde.

Opnieuw liet hij zich naar beneden vallen, waarbij hij zich alleen met zijn handen aan de onderste flenzen vasthield. Heen en weer zwaaien, vaart maken, springen, grijpen, de hielen vastpakken en zich vervolgens met alle kracht in de opening tussen de volgende twee liggers wurmen. Toen zijn benen en onderlichaam onder de liggers terechtkwamen, schoten de communistische schutters omhoog in de stalen liggers, waarbij kogels alle kanten op afketsten. Niets raakte hem. Eenmaal in de opening was hij veilig.

De volgende twee uur baande Ripley zich heen en weer een weg om de ladingen te plaatsen. Toen hij klaar was, kroop hij terug door het prikkeldraad, liet zich op de grond vallen en bleef daar een tijdje liggen, hijgend naar adem. Toch had hij pas het eerste deel van de heldhaftige onderneming volbracht. De uitgeputte marinier moest er weer heen en de ontstekers plaatsen.

Ripley had liever elektrische ontstekers en ontstekingsdraad gebruikt, maar die waren nergens te vinden; alleen de ouderwetse slaghoedjes en ontstekingskoord. Om het nog moeilijker te maken, konden ze geen krimptangen vinden. Ripley moest de kappen met zijn tanden op het koord vastknijpen. Aangezien de glimmende cilinders zouden ontploffen als hij ze op de verkeerde plek te hard vastgreep, zou een kleine misrekening zijn schedel uit elkaar blazen. Hij herinnerde zich dat een instructeur op de Ranger School ooit een ontsteker in een softbal had gestopt en die had laten ontploffen. De explosie had de buitenkant, de vulling en het touw overal rondgeslingerd.

Voorzichtig stopte hij de ontstekingskap in zijn mond, met het open uiteinde naar buiten, en stak het ontstekingskoord in het open uiteinde. Hij beet langzaam toe. Het werkte. De tweede keer zou makkelijker gaan, maar hij moest overmoed zien te weerstaan, dus dacht hij aan de softbal. Nu was de kapitein van de mariniers klaar om weer naar buiten te gaan.

Deze keer lag de vijand op hem te wachten. Hij kroop door het prikkeldraad en liet zich onder de ligger zakken. De communisten openden onmiddellijk het vuur, veel heviger dan tevoren, waarbij honderden kogels van de liggers afketsten. Keer op keer bad hij tot Onze Heer Jezus Christus en Zijn Heilige Moeder: „Jezus en Maria, breng me daarheen! Jezus en Maria, breng me daarheen…“

Net toen hij de kist met TNT stroomopwaarts bereikte, raakte een tankgranaat de ligger op ongeveer een halve meter afstand. De inslaghoek was te vlak, waardoor de granaat afketste en met een hevige knal op de zuidoever explodeerde. De trillingen dreigden hem bijna in de rivier te slingeren. Hij plaatste de ontsteker in het plastic explosief en stak het andere uiteinde van het lont aan met een lucifer. Hij had genoeg lont afgemeten om ongeveer dertig minuten de tijd te hebben.

De liggers van de Dong Ha-brug waren een meter hoog en stonden ongeveer een meter uit elkaar.

Ripley baande zich een weg naar de stroomafwaartse kant en herhaalde het proces, waarna hij te voet terugliep naar het hek. Hij besefte dat hij alle grenzen van het menselijk uithoudingsvermogen had overschreden, dus wendde hij zich opnieuw tot God en Zijn Moeder: „Jezus en Maria, breng me daar! Jezus en Maria, breng me daarheen…” Hij klom nogmaals door het prikkeldraad en viel als een bloederige hoop op de grond bij de brughoofd. Hij was zo moe dat hij zijn arm nauwelijks nog kon optillen.

De majoor gaf hem een klopje op de rug. „Kijk eens wat ik gevonden heb. Maar die heb je nu niet meer nodig.” Hij wees naar een doos met elektrische ontstekers. Ripley keek naar de ontstekers en besefte dat hij de beproeving onder de brug nogmaals moest doorstaan. Hem was altijd geleerd om een reserve-lading aan te brengen als die beschikbaar was. Op dit moment neemt het karakter van een man het over. Zijn morele integriteit zegeviert. In feite was dat gedurende de hele beproeving het leidende principe geweest. Dus keerde hij weer terug, simpelweg omdat het goed uitvoeren van de klus dat vereiste.

Terwijl Ripley opnieuw zijn leven riskeerde door onder de Dong Ha-brug rond te kruipen om de reserveontstekingen aan te brengen, bracht Smock een paar dozen TNT naar de kleinere brug en rende weer terug. Ripley had de bedrading voltooid en lag op de grond naast de brugpijler, te moe om zich te bewegen. Met veel moeite krabbelde hij overeind en, met een rol ontstekingsdraad over zijn schouder, wankelde hij samen met Smock terug naar de bunker waar Nha stond te wachten. De Zuid-Vietnamese mariniers lieten een spervuur van kogels los om hen dekking te geven, terwijl ze bemoedigend riepen: „Dau-uy Dien! Dau-uy Dien!” (Kapitein Gek! Kapitein Gek!)

Bij de bunker was Ripley blij om Nha weer te zien. Hij keek rond op zoek naar een manier om de explosie te activeren, aangezien ze geen ontstekingskast hadden. Vlakbij stond een uitgebrande vrachtwagen, maar de accu leek nog in goede staat. Ripley probeerde verschillende combinaties om de explosieven tot ontploffing te brengen. Niets werkte. De vreselijke gedachte aan mislukking bekroop hem.

De kapitein zou het hoofdkwartier moeten waarschuwen om de anderen tijd te geven zich verder naar het zuiden te hergroeperen. Hij zou bij het Derde Mariniersbataljon blijven. Binh zou zich nooit terugtrekken. Dat had hij al duidelijk gemaakt. De door de strijd getekende krijger zou op zijn post sterven zonder aan de dood te denken. Vanaf de overkant van de rivier hoorde Ripley de tanks starten. De grootschalige aanval stond op het punt te beginnen.

Toen ontplofte de brug. De schokgolven kwamen vóór het geluid. Het geluid volgde, steeds luider wordend in een reeks explosies die samensmolten tot één enorm gebrul. De gehele overspanning van honderd voet stortte in de rivier, waardoor er een enorme opening in de brug ontstond. De tijdontstekingen hadden hun werk uiteindelijk toch gedaan.

De nasleep

De strijd woedde nog dagenlang rond Dong Ha, maar de overweldigende troepen van het NVA begonnen de verdedigers al snel uit te putten. De meeste gebieden in het noorden en zuiden waren ingestort. Een grote groep communisten zette Dong Ha vanuit het westen onder druk. De mariniers van Binh hadden zich nog steeds ingegraven en hielden stand, ondersteund door enkele tanks en gepantserde personeelsvoertuigen van Smock. Ripley deed wanhopige oproepen om artillerievuur toen een spervuur van mortiervuur het gebied bestookte, wat een totale aanval aankondigde.

Op dat moment kwam er een voertuig met zeven journalisten en cameramensen aangereden. Zich totaal niet bewust van wat er gaande was, sprongen ze eruit en omsingelden kapitein Ripley met microfoons, terwijl ze de ene na de andere onzinnige vraag stelden. Ripley schreeuwde tegen hen: „Maak dat jullie wegkomen; de NVA valt aan.” Een mortiergranaat ontplofte en slingerde hen allemaal op een hoop op de grond. Ripley kroop onder de lichamen vandaan. Sommigen waren dood; anderen lagen kreunend en bloedend op de grond.

Hij keek om zich heen; toen zonk zijn hart in zijn schoenen. Nha lag dood met een mortierfragment in zijn hoofd. Majoor Smock was ernstig gewond. Alle Zuid-Vietnamese voertuigen trokken zich terug. Ripley slaagde er slechts met moeite in de gewonden erin te laden. Niemand bleef nu nog in de buurt.

Toen hij Nha’s lichaam op de laatste tank wilde laden, reed die weg en verdween. De belegerde kapitein keek op en zag de voorhoede van verschillende NVA-geweerploegen naderen. Hij zou sterven, maar hij nam zijn dode radioman mee. Hij legde Nha’s lichaam over zijn schouders en begon te lopen, er volledig op rekenend elk moment door een kogel te worden geraakt.

Hij hoorde geweervuur en keek op. Three-fingered Jack en een andere marinier schoten op zijn aanvallers. Meer Zuid-Vietnamese mariniers kwamen over de dijk recht voor hem aan en hielden de vijand in bedwang totdat hij achter hen omhoog klom. Kapitein Ripley was veilig.

Een paar dagen later kreeg het Derde Mariniersbataljon het bevel om door de omsingelende vijand heen te breken en een paar weken daarna werd het uit de strijd teruggetrokken. Van de oorspronkelijke 700 man overleefden er slechts 52. Tegen die tijd waren Nha en Jack al dood. Ze waren echter op schitterende wijze in hun opdracht geslaagd.

Het ARVN hergroepeerde zich en hield een verdedigingslinie tien mijl ten zuiden van Dong Ha. Zo werd het Paasoffensief tot stilstand gebracht, omdat het NVA er niet in slaagde de brug bij Dong Ha over te steken. Men kan zich niet anders dan afvragen of, als er nog een paar mannen zoals kapitein Ripley, majoor Binh, majoor Smock, Three-fingered Jack en Nha, de radioman, zich net zo hadden ingezet als de kruisvaarders van weleer, de communisten dan volledig hadden kunnen worden tegengehouden. Zoals het nu eenmaal was, werden ze drie jaar lang tegengehouden.

Dit artikel verscheen eerder op tfp.org. Bestel hier een gratis ebook over kolonel Ripley.

Laatst bijgewerkt: 20 juni 2026 14:33

Revolutie en Contrarevolutie (eBook)
Bestel kosteloos!

Doneer