Minister Boekholt-O’Sullivan: Statushouders eerst, Nederlandse jongeren op zolder
D66-beleid maakt van Nederland stelselmatig een migratiemagneet. Bron: Rijksoverheid.
Nederland kampt met een aanhoudende woningnood terwijl de bevolkingsgroei vrijwel volledig door migratie wordt gedreven. Het recente EIB-rapport en de uitspraken van minister Boekholt-O’Sullivan maken zichtbaar hoe die schaarste ongelijk wordt verdeeld tussen statushouders en Nederlandse starters.
Uitspraak van minister Boekholt over starters
De uitspraak van minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) was kort, onverschillig en juist daarom veelzeggend. “We zien dat heel veel starters, niet ideaal, gelukkig nog bij hun ouders kunnen blijven wonen.” De woorden vielen in een interview met De Telegraaf naar aanleiding van een EIB-rapport dat concludeerde dat migratie tussen 2015 en 2024 verantwoordelijk was voor ongeveer 60 procent van de extra woningvraag. Terwijl statushouders voorrang krijgen of versneld gehuisvest moeten worden, mogen Nederlandse twintigers en dertigers zich dankbaar voelen dat de zolderkamer nog vrij is.
Voorrang statushouders op sociale huurwoningen
Dit is geen verspreking, maar de taal van een beleid dat al jaren de prioriteiten omkeert. Statushouders – mensen met een verblijfsvergunning die uit een AZC komen – hebben in veel gemeenten een voorkeurspositie bij sociale huur. Het kabinet wil die voorrang op termijn afschaffen, maar pas “als er een echte oplossing is”. Tot die tijd blijft de Nederlandse starter wachten. De Raad van State heeft eerder geadviseerd tegen afschaffen, omdat gemeenten verantwoordelijk blijven voor de huisvesting van statushouders en omdat gelijke behandeling in het geding zou komen.
EIB-rapport over migratie en woningvraag
Het EIB-cijfer van 60 procent is al verontrustend genoeg. Van de ruim 2,2 miljoen migranten die van 2015 tot en met 2024 arriveerden, verbleven er in 2024 nog 1,4 miljoen in Nederland. Zij bewoonden circa 435.000 woningen – het merendeel van de groei van de woningen. Asielmigratie stapelt zich structureel op, omdat statushouders vrijwel permanent blijven, terwijl arbeids- en kennismigranten vaker weer vertrekken. Maar Pieter Omtzigt en demograaf Jan van de Beek gaan verder. Omtzigt wijst erop dat de natuurlijke aanwas al sinds 2022 negatief is: er sterven meer mensen dan er worden geboren. In 2025 was het saldo ongeveer 7.500 meer sterfgevallen dan geboorten. De gehele netto bevolkingsgroei komt daardoor door migratie. Zonder die instroom krimpt Nederland. “Niet 60 procent, maar 100 procent van de nieuwe woningen is voor migranten,” stelde Omtzigt. Van de Beek voegt de tweede en derde generatie toe en concludeert dat de woningvraag van de laatste jaren in wezen volledig migratiegerelateerd is.

Gevolgen voor Nederlandse starters op de woningmarkt
Dit is meer dan alleen een statistiek. Het is de concrete uitkomst van decennia beleid waarin de grenzen open bleven, de asielinstroom structureel hoog was en de woningbouw de groei nooit bij kon houden. Nederlandse jongeren die hun studie afmaakten, hard werken en sparen, worden geconfronteerd met wachtlijsten van jaren. Ouders zien hun kinderen in de belangrijkste jaren van hun leven wegkwijnen op zolder. Intussen worden gemeenten aangesproken op taakstellingen voor statushouders, en worden extra middelen vrijgemaakt voor aanvullende huisvesting die nadrukkelijk niet mag gaan over bestaande sociale huur – alsof de schaarste alleen aan door meer aanbod kan worden opgelost terwijl de vraag wordt aangejaagd.
Eigen volk laatst in het Nederlandse woningbeleid
De term “eigen volk laatst” klinkt polemisch, maar hij beschrijft een patroon. In de zorg, in het onderwijs, in de sociale zekerheid en nu het meest zichtbaar in de woningmarkt, wordt de positie van de autochtone bevolking stelselmatig ondergeschikt gemaakt ten gunste van nieuwkomers die als urgent worden bestempeld. Statushouders hebben geen ouders in Nederland bij wie ze kunnen intrekken. Dat is waar. Maar dat maakt de situatie voor de Nederlandse starter niet minder urgent, en het maakt de zolderkamer niet tot een acceptabele structurele oplossing. De minister ziet “schrijnende situaties” in het land. Ze ziet ze echter vooral bij nieuwskoppen waarin asielzoekers op een grasveldje moeten slapen, niet bij jonge mensen die een huwelijk, het krijgen van kinderen, hun leven jarenlang in de wacht moeten zetten.
Demografische cijfers CBS en migratiegedreven groei
Dit beleid is allesbehalve neutraal. Het is de uitwerking van een visie waarin Nederland een open, multiculturele samenleving moet zijn, maar waarin de lasten van die keuze onevenredig worden gedragen door de mensen die er al woonden. De demografische cijfers van het CBS laten geen ruimte voor ontkenning: de bevolking groeit alleen nog door migratie en de woningmarkt groeit vrijwel uitsluitend mee met die instroom.
Woningnood als gevolg van migratiebeleid
De woningnood maakt die omkering van prioriteiten tastbaar. Het is niet langer een abstract debat over identiteit of open grenzen. Het is de vraag of een twintiger die hier is geboren, hier heeft gestudeerd en hier belasting betaalt, nog mag verwachten dat zijn overheid hem niet structureel achteraan zet. De uitspraak van Boekholt, het EIB-rapport en de 100-procentanalyse van Omtzigt en Van de Beek vormen samen een gitzwart beeld. Dit is geen toeval. Dit is beleid. En het is de hoogste tijd dat aan dit beleid een einde komt.
Teken daarom vandaag nog de petitie aan de minister: 'Stop de voorrang voor statushouders bij woningen!'
Nederlanders staan jarenlang op een wachtlijst, terwijl gemeenten statushouders met voorrang een woning toewijzen. Een rechtvaardige overheid zorgt eerst voor de eigen mensen. De voorrang voor statushouders op woningen keert die orde om. Ik roep u daarom op de orde van de naastenliefde te herstellen en de voorrang voor statushouders te stoppen.
Laatst bijgewerkt: 20 oktober 2026 13:27