Peulvruchten bevatten veel voedingsstoffen van vlees. Maar het ontbreekt aan vitamine b12, aldus voedselbioloog Jan Schulp.
Wat zit er achter de eiwittransitie?
U moet minder vlees eten, vindt Den Haag. Daarom dringt de overheid aan op meer eiwitconsumptie. Als voedselbioloog verontrust deze lobby mij.
U moet in transitie
De overheid zadelt ons al een jaar of twintig op met veel verschillende ‘transities’: de energietransitie, de stikstoftransitie (meestal spreekt men dan van de stikstofcrisis), en recentelijk heeft men de eiwittransitie bedacht: we moeten voor een groot deel van het dierlijk eiwit af en naar plantaardig eiwit toe. De toon is, zoals gebruikelijk, alarmistisch, drammerig en dwingend, en wekt dus veel ergernis. Tot overmaat van ergernis komt ook het Voedingscentrum met een vernieuwde Schijf van Vijf die ook al dwingend overkomt: het lijkt of we voort moeten op een snippertje vlees en volop bonen.
Dierlijk voedsel is belangrijk
Als oud-hoofddocent aan een Hogere Hotelschool, voor de vakken voedingsleer hygiëne en gastronomie baart deze ontwikkeling mij zorgen. Te weinig dierlijke producten en een te groot aandeel peulvruchten kan leiden tot tekorten aan essentiële aminozuren, bouwstenen van eiwitten die wij als mensen niet zelf kunnen maken. En het ontbreken van dierlijke producten is vanuit gastronomisch perspectief een verarming van de verscheidenheid en het samenspel van de smaken.
Nederlandse veeteelt de nek omdraaien
Overigens lijkt de nieuwe Schijf van Vijf niet zozeer bedoeld om de gezondheid van de Nederlanders te bevorderen, maar is meer bedoeld als een bijdrage om de Nederlandse veeteelt de nek om te draaien en bovendien preludeert deze Schijf op de algemene verarming van de bevolking die dreigt door het wanbeleid van de regering.
De Schijf van Vijf
De Schijf van Vijf werd in 1953 geïntroduceerd door het Voorlichtingsbureau voor de Voeding in Nederland, een overheidsorgaan dat in 2000 opging in het Voedingscentrum. De Schijf bevatte de volgende groepen voedingsmiddelen:
- Melk en melkproducten
- Groenten, fruit, aardappelen
- Vlees, vis, kaas, eieren en peulvruchten
- Vetten
- Graan en graanproducten zoals brood
Het belang van eiwitten in het dieet
In de sobere jaren ’50 was het belangrijk dat de burgers met beperkte financiële middelen een zo volwaardig mogelijk voedingspatroon zouden kunnen hebben. Er was daarbij veel aandacht voor de eiwitvoorziening. Eiwitten zijn absoluut onmisbaar in de voeding, en er is een grote variatie in de biologische waarde van verschillende eiwitten. De eiwitten moeten genoeg zijn in hoeveelheid en zo goed mogelijk in kwaliteit.
Vlees, vis en kaas
De meest waardevolle, meest complete eiwitten, met voldoende essentiële aminozuren krijgen we van dierlijke producten, dus uit vak 1 (melk en melkproducten) en vak 3 (vlees, vis, kaas en peulvruchten). Bovendien leveren alleen dierlijke producten het belangrijke Vitamine B12. Peulvruchten zijn de enige plantaardige voedingsmiddelen die bijna even goede eiwitten leveren als dierlijke producten. Als je redelijk wat peulvruchten eet kun je volstaan met relatief weinig dierlijke producten erbij. Voor veel mensen was, en is dat nog, een noodzaak: peulvruchten zijn goedkoop, alle dierlijke producten zijn duur.
Peulvruchten
De regering stelt zich voor dat de consumptie van peulvruchten omhoog moet naar 120 – 180 g per week; ik hoop tenminste dat ze bedoelen: gare peulvruchten, want als je van droge uitgaat kom je op meer dan een pond gare per week terecht. En dan mag je in plaats van 500 g vlees per week nog maar 300 g, waarvan slechts 100 g rood vlees (rund, lam, varken) en de rest dus vis en kip. Vleeswaren bij de broodmaaltijd kun je op die manier vergeten.
Hoe aten we in de jaren ’50?
Daar kan ik over meepraten; ik ben van 1945 en heb mijn jeugd doorgebracht in Weesp, in een groot gezin met een redelijk inkomen. Maar het was wel twee of drie keer per week vlees, niet vaker. En dan vooral voor de jus op de aardappels en groenten. Eens in de week bruine bonen of in de winter snert. Alleen op zaterdagavond en zondag vleeswaren op het brood. Volop melk en voor tien mensen anderhalve kilo kaas per week. Verder zoetigheid op je brood. Dat was pas ongezond, daar werd de tandarts rijk van! Dit was ongeveer het eetpatroon voor het brede midden van de samenleving.
Wie meer geld had at ook toen meer vlees
Zoals wij aten, zo aten veel gezinnen uit de middengroepen en de geschoolde arbeiders. Er waren toen ook mensen die het met (veel) minder moesten doen, zodanig zelfs dat de gezondheid misschien niet optimaal was. De overheid trachtte dit op te vangen met initiatieven als schoolmelk, en dat hielp wel wat maar misschien niet altijd genoeg. In de jaren ’50 kenden we nog de schoolarts, eigenlijk een verlengstuk van het consultatiebureau, zodat de vinger wel aan de pols werd gehouden waar het de gezondheid van de schooljeugd betrof.
Wie geld had, kocht vlees
Maar: wie meer te besteden had, besteedde dat wel degelijk ook aan meer vlees en vis; dergelijke huishoudens kwamen ook in onze familie- en kennissenkring voor. En naarmate ook bij ons de welvaart steeg konden we ons wat meer vlees veroorloven. Kun je het betalen, dan eet je het, want het is lekker. Punt uit.
Verarming als nieuw doel
De essentie nu van deze ‘eiwittransitie’ past bij het streven naar de verarming van de bevolking in het algemeen. Mensen met wat meer geld zouden er eigenlijk niet mogen zijn, al was het maar omdat ze te veel vlees eten. En bovendien wordt de maatschappelijke ongelijkheid in politieke kringen (D66, PvdD, PRO, SP) als een probleem en een misstand gezien.
Voedsel is meer dan voeding, het is ook status
Voedselkeuze gaat over meer dan alleen de gezondheid. Ik heb al aangetoond dat het beschikbare geld een belangrijke rol speelt. Maar voedselkeuze heeft ook een sociaal aspect. De beroemde Franse socioloog Pierre Bourdieu (1930 -2002) heeft in zijn boek La Distinction aangetoond dat de positie van mensen beschreven kan worden in een assenstelsel van economisch kapitaal en sociaal/cultureel kapitaal.
Peulvruchten hebben een sociaal stigma
Bourdieu heeft dat voor heel veel gebieden van het leven uitgewerkt, ook voor de voeding. En daar komen de peulvruchten terecht in het vak van economisch kapitaal laag EN cultureel kapitaal laag. Met andere woorden: peulvruchten zijn voer voor ongecultiveerde, onbeschaafde armoedzaaiers. Nette mensen (vr)eten geen peulvruchten. Bourdieu sprak van le goût de nécessité – de smaak van de behoeftigheid, inderdaad de smaak van de armoedzaaiers die het er maar mee moeten doen.
Links brengt ons aan de bedelstaf
Als de regering dus de mensen van het vlees af wil brengen en aan de peulvruchten wil krijgen kan ze hen het beste tot de bedelstaf brengen. Daar zijn trouwens al die linksige regeringen toch al vlijtig mee bezig: successierechten, belasting op niet-gerealiseerde winsten, accijns op accijns en ik vergeet er vast nog een paar. Maak ze arm en bonen zullen ze (vr)eten.
Lees ook: Waarom ik moreel bezwaard ben tegen de nieuwe box 3-belasting
Peulvruchten: uitstekend voedsel, maar een beetje saai
De voedingswaarde van alle peulvruchten is indrukwekkend: hoog eiwitgehalte, met slechts een klein tekort aan de essentiële aminozuren, alleen helaas geen Vitamine B12. Maar om ze smakelijk te maken moet je wel wat doen. Toevoegen van vlees, van worst vooral, of vis uit blik is een goed idee. En daar is de regering dan weer niet blij mee. Kortom, als je kunt koken zijn peulvruchten gewoon lekker, maar je moet er inderdaad wat voor doen. En als je een stukje vlees erin kunt betalen: vooral doen!
Nog een goede raad tot slot: vermijd het nepvlees
De regering wil ons dus van het vlees af hebben, en dan nu aan de peulvruchten. Daarnaast zet ze, in eendrachtige samenwerking met levensmiddelenindustrie en supermarkten, de propaganda voor allerlei nepvlees onverminderd voort. Dat nepvlees wordt dan gemaakt van peulvruchten! Denk aan vega-burgers, vega gehaktballen en meer van dergelijke producten. Er is zelfs ooit sprake geweest van een vleestaks om het vleesgebruik te ontmoedigen en het verbruik van nepvlees aan te moedigen.
Lees ook: Regering wil vleestaks en nepvlees, maar de consument slikt het niet
Mijd nepvlees
Laat dat nepvlees en andere vleesvervangers alstublieft gewoon in de schappen van de supermarkt liggen: ze zijn net zo duur als vlees en ze smaken nergens naar. Maak liever wat vaker een lekkere bonensalade, als u wilt met tonijn of worst, bonensoep, met gehaktballetjes of worst, een ander bonengerecht, en moge het u wel bekomen! En een glas wijn erbij is ook niet verkeerd, als u niet meer achter het stuur hoeft.
Bestel kosteloos: Groen is het nieuwe rood (eBook)
Het rode communisme is niet verdwenen na de Koude Oorlog. Het heeft als een kameleon een groene kleur aangenomen. Met hetzelfde doel: totale staatscontrole en de afschaffing van privé-eigendom. Groen is het nieuwe rood is het eerste Nederlandse boek dat de Groene Lobby volledig ontmaskert en laat zien hoe deze het milieu misbruikt voor een revolutie!
Laatst bijgewerkt: 7 juli 2026 14:38