Wie verplicht is mee te doen, geen rechtsgeldig overzicht krijgt en geen invloed heeft op het beleggingsbeleid, bezit zijn pensioen niet in enige wezenlijke zin.
Pensioensector verder onder vuur: onderzoek toont 19 jaar aan wanprestaties
Een onderzoek van adviesbureau OverRendement spreekt boekdelen: negentien jaar lang behaalden Nederlandse pensioenfondsen, afgezet tegen het risico dat zij namen, structureel te weinig rendement. Sommige fondsen hadden hun deelnemers beter kunnen bedienen door simpelweg in risicovrije obligaties te beleggen. “Op een bepaald moment is het dan geen toeval meer,” concludeert oprichter Anton Kramer in De Telegraaf.
Pensioenfondsen presteren 19 jaar ondermaats
Adviesbureau OverRendement, opgericht door voormalig Aegon-vermogensbeheerder Anton Kramer, analyseerde de beleggingsresultaten van alle Nederlandse pensioenfondsen over negentien jaar. De uitkomst is hard: vrijwel zonder uitzondering haalden fondsen, gezien hun risicoprofiel, een lager rendement dan een vergelijkbare marktportefeuille. Een risicovrije portefeuille had in dezelfde periode grofweg 4 procent per jaar opgeleverd – sommige fondsen waren daar zelfs beter mee af geweest. “Op een bepaald moment is het dan geen toeval meer,” zegt Kramer in De Telegraaf. Dat oordeel sluit aan op een groeiende reeks waarschuwingen, waaronder de recente ontleding door econoom Menno Tamminga van het miljardenverlies van APG in 2024.
Lees ook: ABP zet in op ‘duurzame’ beleggingen en loopt opnieuw miljarden mis
Karige verantwoording in dikke jaarverslagen
Voor de deelnemer is het “knap lastig” om te beoordelen of een fonds het goed doet, zo stelt Thomas van Ossenbruggen, verslaggever Pensioen van De Telegraaf. Jaarverslagen tellen soms meer dan 200 pagina’s, maar een reflectie op behaald rendement ontbreekt vaak. Hoogleraar Financiën Rob Bauer van de Universiteit Maastricht trekt eenzelfde conclusie: fondsen zijn veel bezig met de toekomst, maar kijken minder achterom. Aleksandar Andonov, hoogleraar Financiën aan de Universiteit van Amsterdam, wijst er bovendien op dat Nederlandse pensioenfondsen “uniek” zijn in het systematisch uitsluiten van bedrijven – iets wat grote fondsen in Noorwegen, Canada of Australië niet doen. Daar komt bovenop dat steeds meer kapitaal verdwijnt in private equity, hedgefunds, infrastructuurprojecten en zelfs muziekrechten, ver van iedere publieke beurs en buiten zicht van de deelnemer, zo schijft van Ossenbruggen. De fondsen vergelijken hun resultaten vervolgens met door henzelf samengestelde benchmarks. “Sluiten ze bijvoorbeeld bepaalde bedrijven uit? Dan gebeurt dit ook in de benchmark,” een praktijk die Kramer een “zwaktebod” noemt – zeker niet de eerste keer dat er vraagtekens gezet worden bij de manier waarop de pensioensector verantwoording aflegt.
Tweede Kamer probeerde in 2024 al in te grijpen
Twee jaar geleden nam de Tweede Kamer al de motie-Aartsen aan, die uitsprak dat pensioenfondsen niet “activistisch” mochten beleggen, maar het realiseren van een koopkrachtig pensioen centraal moesten stellen. De Nederlandsche Bank reageerde: ‘het staat pensioenfondsen vrij om naast rendement ook andere doelen na te streven.’ Dat de keuze voor “duurzaam” naast – boven? – rendement reëel iets kost, gaf voormalig APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen jaren geleden onomwonden toe in Pakhuis de Zwijger – zoals Annemarie van Gaal eerder in De Telegraaf memoreerde: “Ik verkoop vandaag mijn volledige belang in Shell, als jullie en jullie ouders genoegen nemen met een lager pensioen.” Tegelijk schiep de stijgende rente de afgelopen jaren een rekenkundige illusie van herstel: dekkingsgraden stegen, niet door beleggingsprestaties, maar door een rekenkundige wind in de rug, zoals econoom Han de Jong in Wynia’s Week uitlegde.
‘Duurzaamheid’ en ‘lange termijn’ als alibi voor falend rendement
De keuze om bedrijven uit te sluiten hebben pensioendeelnemers niet zelf gemaakt – er gaat een duidelijke agenda achter schuil. ABP tekende het Klimaatcommitment, verkocht zijn fossiele aandelen onder bestuur van GroenLinks-PvdA senator Paul Rosenmöller en boekte een historisch verlies van 96,9 miljard euro in 2022 – ongeveer 30.000 euro per deelnemer. Toen APG over 2025 een verlies van 9,7 miljard euro rapporteerde, bleef het leunen op mooie woorden in plaats van resultaten: ‘We hebben alle vertrouwen in de lange termijn.’ Ondertussen besloeg in datzelfde APG-jaarverslag de duurzaamheidsrapportage 57 pagina’s tegenover slechts 13 pagina’s (waarvan ‘slechts 5 na aftrek van prietpraat’) over rendement, zoals Han de Jong eveneens in Wynia’s Week aanstipte.
Gedwongen winkelnering, kwakkelend rendement
Voor wie en waarvoor wordt dit kapitaal nu eigenlijk beheerd? Het Nederlandse stelsel van verplichte bedrijfstakpensioenfondsen kreeg zijn huidige collectieve vorm in de naoorlogse jaren, toen de overheid investeringskapitaal nodig had – een ontstaansgeschiedenis die verklaart waarom pensioenreserves vandaag opnieuw worden aangewend als instrument voor politieke doeleinden. Wie verplicht is mee te doen, geen rechtsgeldig overzicht krijgt en geen invloed heeft op het beleggingsbeleid, bezit zijn pensioen – privé-eigendom – niet in enige wezenlijke zin. Zolang die verhouding tussen verplichte deelname en uitgehold eigendomsrecht niet wordt aangepakt, zal de kritiek blijven aanzwellen, tot ofwel rendement weer boven ideologie zegeviert, ofwel het stelsel onder zijn eigen tegenstrijdigheden bezwijkt.
Bestel kosteloos: Pensioen in de uitverkoop (eBook)
Het eerste boek dat de volle omvang van de pensioenroof onthult!
Laatst bijgewerkt: 5 mei 2026 08:20