Organische samenleving: Behandel mensen als mensen, niet als machines

"Een levend wezen is een deel van de natuur, die het directe werk van God is."

Organische samenleving: Behandel mensen als mensen, niet als machines

Meld u gratis aan voor onze WhatsApp-berichtendienst om op de hoogte te blijven van nieuwe acties en artikelen van Cultuur onder Vuur. Aanmelden »

Wat bedoeld wordt met "organisch" of " niet organisch" kan begrepen worden door een levend organisme, zoals een mens of een dier, te vergelijken met een machine.

Een mens en een machine hebben een aantal dingen gemeen. Elk bestaat uit verschillende delen die samen één geheel vormen. In beide gevallen vervult elk onderdeel een functie die bijdraagt tot het gemeenschappelijke doel van elk van beide.

Maar ondanks deze overeenkomsten zijn de verschillen tussen de twee zo groot dat men ze bijna niet zou kunnen overzien. Het voornaamste verschil is dat de machine inert, statisch en dood is; het organisme is warm, beweeglijk en levend.

We kunnen dit verschil op de volgende manieren beschouwen:

I - De bewegingen van de organen van een levend lichaam komen voort uit het leven dat erin aanwezig is; zij ontspringen uit het diepste van hun wezen. De delen van een machine zijn niet in staat uit zichzelf te bewegen. Al hun bewegingen moeten van buitenaf komen. Zij bewegen niet zelf, maar worden bewogen.

II - Levende organen hebben een groot vermogen om zichzelf bij te stellen en aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Dit is gewoonlijk een langzaam en delicaat proces van aanpassing (zoals men kan zien bij het helen van een wond of bij elke groei) dat meestal stukje bij beetje maar met grote precisie en duurzaamheid plaatsvindt. Een machine blijft zoals zij gemaakt is en past zich niet uit zichzelf aan. Wanneer iemand haar voor een ander doel wil aanpassen, kan zij drastisch worden veranderd, aangezien haar materie niets kan voelen en men geen rekening hoeft te houden met haar gevoelens bij het gieten van een stuk metaal of het bewerken van andere materialen om de machine te wijzigen.

Lees ook: Het verschil tussen ware en valse elites

III - De delen van een lichaam ontwikkelen zich met een zeker eigen leven en onafhankelijk van andere. Zo kan niemand een gewenste vorm of grootte opleggen aan zijn armen of benen. Maar dat wat kunstmatig en mechanisch is, is absoluut onderworpen aan de mens. Een kreupele kan, bijvoorbeeld, het gewicht, de vorm of de kleur van een houten of rubberen been bepalen naar zijn smaak of gemak.

IV - Een levend wezen is een deel van de natuur, die het directe werk van God is. Een machine is een directer werk van de mens. Aldus is alles wat organisch is veel volmaakter, ook al is alles wat mechanisch is veel meer onderworpen aan de wetenschap. Bijvoorbeeld, hoezeer de wetenschap ook mechanische armen en benen perfectioneert - en zij heeft wonderen verricht op dit gebied - ieder mens zal nog steeds zijn eigen natuurlijke been of arm, hoe beschadigd ook, verkiezen boven een van deze "wonderen".

V - Alle onderdelen in een machine gehoorzamen als slaven aan de wil van degene die ze aanzet en bedient. Het belangrijkste is de wil van de bediener van de machine. Er is maar één manier om een machine te laten werken: dictatuur. Wanneer een machine defect is, bestaat de enige oplossing erin ze open te maken, ze uit elkaar te halen, het defecte onderdeel te verwijderen en het met gereedschap te repareren. Een machine repareren met mechanica is altijd veel doeltreffender dan een operatie bij een levend wezen. In het menselijk lichaam hangen de menselijke activiteiten af, niet van de slaafse gehoorzaamheid van de organen, maar van de natuurlijke, levende en tot op zekere hoogte "vrije" (let op de kwalificatie) medewerking van elk deel.

Aldus hebben we het verschil aangetoond tussen de begrippen "organisch" en "mechanisch" of "niet organisch".

Vertaling van een artikel door Plinio Corrêa de Oliveira, bewerkt en gepubliceerd in Catolicismo, dat eerder verscheen op tfp.org onder de titel "Organic Society: Treating People Like humans Not Like Machines" November, 1951.