Ex-Kamerlid Chris Faddegon (PVV): 'Raad van Kerken verraadt het evangelie met grenzeloze islam-dialoog'
Met verbazing en groeiende bezorgdheid heb ik kennisgenomen van het rapport De weg van discipelschap, onlangs gepresenteerd door de Raad van Kerken. Als christen, en vanuit mijn ervaring als politicus en volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer, voel ik de morele en geestelijke plicht om hierop te reageren.
Waarom zwijgen geen optie meer is
De Raad van Kerken pretendeert in dit rapport een moreel kompas te bieden voor de gelovige in een politiek roerige tijd. Echter, door legitieme zorgen over de christelijke identiteit van ons land en kritiek op de islamisering te brandmerken als "radicaal-rechts" – en daarmee impliciet als onchristelijk – slaat de Raad een weg in die niet alleen politiek eenzijdig is, maar die naar mijn overtuiging ook de Bijbelse fundamenten verlaat.
Wanneer de kerkelijke top de taal van het seculiere humanisme overneemt en de "dialoog" met ideologieën die de kern van het Evangelie ontkennen tot hoogste deugd verheft, worden de schapen aan hun lot overgelaten. Als voormalig Kamerlid heb ik gezien hoe de joods-christelijke wortels van onze samenleving onder druk staan. Dat juist de Raad van Kerken deze zorgen wegzet als een gebrek aan discipelschap, dwingt mij tot een publiek getuigenis. We mogen de waarheid niet offeren op het altaar van een valse sociale vrede.
De exclusiviteit van Christus versus het religieus relativisme
Het rapport van de Raad van Kerken ademt een geest van grenzeloze dialoog en inclusiviteit. Hoewel naastenliefde een kernwaarde is van ons geloof, waarschuwt de Schrift ons onophoudelijk dat deze liefde nooit losgekoppeld mag worden van de Waarheid. De suggestie dat het christendom en de islam simpelweg verschillende wegen naar dezelfde God zijn, of dat deelname aan islamitische rituelen zoals de Iftar een teken van goed discipelschap is, staat haaks op de expliciete leer van Jezus Christus en de apostelen.
De unieke claim van de Zoon
De kern van ons geloof is niet een algemeen godsbesef, maar de specifieke belijdenis dat Jezus Christus de Zoon van God is, die voor onze zonden is gestorven en opgestaan. De Bijbel is hierover onverbiddelijk exclusief.
"Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij." (Johannes 14:6)
In Handelingen 4:12 horen we de apostelen krachtig getuigen: "En de behoudenis is in geen ander; want er is ook onder de hemel geen andere Naam aan de mensen gegeven, door welke wij moeten behouden worden."
Wanneer de Raad van Kerken oproept tot een dialoog die de fundamentele verschillen met de islam minimaliseert, miskent zij deze exclusiviteit. De islam ontkent immers expliciet de kruisiging (en daarmee het zoenoffer) en het Zoonschap van Christus. De Bijbel noemt het ontkennen van de Vader en de Zoon een dwaalleer van de zwaarste categorie: "Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent" (1 Johannes 2:22).
Lees ook: Micha-verklaring laat vooral zien dat Evangelie en links niet samengaan
Geen gemeenschap met de duisternis
De Raad moedigt ontmoeting aan, maar de Schrift waarschuwt voor spirituele vermenging (syncretisme). Een christen kan niet participeren in de religieuze uitingen van een leer die de Godheid van Christus verwerpt zonder zijn eigen getuigenis te beschadigen.
De apostel Paulus is in zijn brief aan de Korintiërs kristalhelder over de grenzen van religieuze samenwerking:
"Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeen met wetteloosheid? Of welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis? En welke overeenstemming is er tussen Christus en Satan? Of wat heeft een gelovige gemeen met een ongelovige?" (2 Korintiërs 6:14-15)
Deelname aan een Iftar-maaltijd, die onlosmakelijk verbonden is aan de religieuze plichten van de Ramadan, is geen neutrale sociale gebeurtenis. Het is een erkenning van een religieuze praktijk die haaks staat op het offer van Christus. Paulus waarschuwt in 1 Korintiërs 10:21: "U kunt niet de drinkbeker van de Heere drinken en de drinkbeker van de demonen. U kunt niet deelhebben aan de tafel van de Heere en aan de tafel van de demonen." Hoewel dit scherpe taal is, herinnert het ons eraan dat onze loyaliteit onverdeeld bij Christus moet liggen.
De valse profeten van de dialoog
Het rapport van de RvK lijkt te suggereren dat kritiek op andere religies een vorm van vijandigheid is. De Bijbel leert ons echter dat geestelijke weerbaarheid een vereiste is voor discipelschap. We worden opgeroepen om de geesten te beproeven (1 Johannes 4:1).
Een "discipelschap" dat de scherpe kanten van het Evangelie wegpoetst om maar niet aan te stoten, is in feite het volgen van de brede weg. Jezus waarschuwde ons al: "Wacht u voor de valse profeten, die in schapenvacht tot u komen, maar van binnen roofzuchtige wolven zijn" (Mattheüs 7:15). Een herder die de wolf (de dwaalleer) niet benoemt, beschermt zijn schapen niet, maar levert ze uit.
Ware naastenliefde voor moslims betekent dat we hen behandelen met het respect dat elk mens als beelddrager van God verdient. Maar het betekent ook dat we de waarheid over Christus niet verzwijgen en de destructieve aard van een leer die Hem verloochent, durven te benoemen. De Raad van Kerken kiest voor een horizontale vrede tussen mensen, maar offert daarmee de verticale waarheid tussen God en mens op. Dat is een prijs die een christen nooit mag betalen.
Lees ook: Wat zegt Sint-Thomas van Aquino, middeleeuws theoloog, over immigratie?
Rentmeesterschap over de eigen cultuur en de orde van het eigen volk
In het rapport van de Raad van Kerken wordt een sterke nadruk gelegd op universalisme: de gedachte dat grenzen, nationale identiteit en de voorkeur voor de eigen cultuur ondergeschikt zijn aan een abstracte wereldwijde solidariteit. Wie de eigen cultuur wil beschermen, wordt al snel verdacht van "uitsluiting". Echter, wie de Schrift bestudeert, ziet dat God Zelf de verscheidenheid van volken en de waarde van de eigen gemeenschap heeft ingesteld en gezegend.
De goddelijke ordening van volken en grenzen
Het christendom is geen ideologie die naties wil uitwissen in een kleurloze wereldorde. In het boek Handelingen lezen we hoe God de geschiedenis van de mensheid heeft ingericht:
"En Hij maakte uit één bloed heel het menselijke geslacht om op de hele aardbodem te wonen, en Hij heeft de van tevoren vastgestelde tijden bepaald, en de grenzen van hun woongebied." (Handelingen 17:26)
Grenzen en nationale identiteiten zijn volgens de Bijbel geen toevallige menselijke uitvindingen of "muren van haat", maar behoren tot de scheppingsorde. Het koesteren van de eigen samenleving en het bewaken van de grenzen van het "woongebied" is daarmee een vorm van bijbels rentmeesterschap. Wanneer de Raad van Kerken nationale trots of de wil tot zelfbehoud bekritiseert, keert zij zich in feite tegen de ordening die God Zelf heeft aangebracht.
De prioriteit voor de eigen gemeenschap
De Bijbel roept ons op tot naastenliefde, maar die liefde begint niet bij de "verre vreemde" ten koste van de "nabije naaste". Er is een Bijbelse hiërarchie in onze verantwoordelijkheid.
In 1 Timotheüs 5:8 staat een vlijmscherpe waarschuwing: "Maar als iemand de zijnen en vooral zijn huisgenoten niet verzorgt, heeft hij het geloof verloochend en is hij slechter dan een ongelovige." Hoewel dit over het gezin gaat, is het principe helder: de zorg voor degenen die God ons direct heeft toevertrouwd — onze familie, onze geloofsgenoten en ons volk — is een heilige plicht.
De apostel Paulus laat dit ook zien in zijn persoonlijke bewogenheid voor zijn eigen volk: "Want ik zou zelf wel wensen vervloekt te zijn, weg van Christus, ten gunste van mijn broeders, mijn verwanten wat het vlees betreft" (Romeinen 9:3). Paulus was een wereldburger, maar zijn hart bloedde eerst voor zijn eigen volksgenoten. Een politiek die de belangen van het eigen volk vooropstelt, handelt dus volledig in de lijn van deze Bijbelse prioriteitsstelling.
Lees ook: Micha-verklaring laat vooral zien dat Evangelie en links niet samengaan
De wachter op de muur: bescherming tegen heidense invloeden
Een essentieel onderdeel van het discipelschap waar de RvK over spreekt, is de opdracht om de "geestelijke muren" van de samenleving te bewaken. In het Oude Testament zien we telkens dat het volk Israël wordt gewaarschuwd voor de gevaren van het overnemen van heidense gebruiken en religies.
"Wanneer u in het land komt dat de HEERE, uw God, u geeft, mag u niet leren de gruweldaden van die volken na te volgen." (Deuteronomium 18:9)
De Bijbel prijst leiders die de moed hadden om de eigen cultuur te zuiveren van vreemde, goddeloze invloeden. In onze tijd betekent dit dat wij als christenen en burgers het recht en de plicht hebben om nee te zeggen tegen een ideologie (de islam) die onze christelijke vrijheden en waarden fundamenteel bedreigt. Het is geen "haat" om de eigen samenleving te willen beschermen tegen een religieus systeem dat Christus loochent; het is de taak van een wachter op de muur (Ezechiël 33:1-6). Als de wachter het gevaar ziet komen en de bazuin niet luidt, zal God het bloed van het volk van de hand van de wachter eisen. De Raad van Kerken zwijgt waar de bazuin moet klinken.
Gezonde trots vs. hoogmoed
De RvK verwart "trots op het eigene" met de zonde van de hoogmoed. Maar er is een groot verschil tussen het jezelf verheffen boven anderen (arrogantie) en het dankbaar zijn voor het erfgoed dat God ons heeft gegeven.
In Psalm 33:12 lezen we: "Welzalig het volk dat de HEERE als zijn God heeft, het volk dat Hij Zich als erfgoed verkozen heeft." Er mag een heilige vreugde en trots zijn op een samenleving die gebouwd is op Bijbelse waarden. Die waarden verdedigen tegenover een heidense religie is geen uiting van racisme of radicalisme, maar van trouw aan het erfgoed van onze vaderen.
De zorg voor de Nederlandse samenleving, de liefde voor onze cultuur en de weerstand tegen massa-immigratie uit landen met een vijandige religieuze ideologie, zijn geen "onchristelijke" standpunten. Het zijn uitingen van Bijbels realisme en verantwoordelijkheidsbesef. De Raad van Kerken ruilt de zorg voor de eigen "huisgenoten" in voor een naïef kosmopolitisme dat uiteindelijk de bodem onder het christelijk getuigenis in Nederland weg laat slaan.
De framing van "radicaal-rechts" en de politisering van de Kerk
Een van de meest verontrustende aspecten van het rapport De weg van discipelschap is de wijze waarop de Raad van Kerken zich begeeft op het terrein van de partijpolitieke labeling. Door de term "radicaal-rechts" als een morele zondeval te presenteren, zonder deze helder te definiëren, creëert de Raad een vijandbeeld waarachter zij zich kan verschuilen. Hiermee wordt de Kerk een instrument van een specifieke politieke stroming, in plaats van een geestelijk huis voor alle gelovigen.
Een etiket als uitsluitingsmechanisme
De term "radicaal-rechts" fungeert in de huidige tijdgeest vaak als een 'stopwoord': het is bedoeld om het debat te beëindigen in plaats van het te openen. Wanneer de RvK suggereert dat sympathie voor dit gedachtegoed onverenigbaar is met het geloof, doet zij iets wat de Schrift ons verbiedt: zij oordeelt over het hart van de gelovige op basis van diens stemgedrag.
De Bijbel roept op tot rechtvaardigheid en waarheid: "U mag in de rechtspraak geen onrecht doen, u mag de geringe niet voortrekken en de aanzienlijke niet bevoorrechten; op rechtvaardige wijze moet u uw naaste oordelen" (Leviticus 19:15). Door christenen die opkomen voor hun land en cultuur zonder meer het label "radicaal" op te plakken, pleegt de Raad in feite onrecht. Zij verzuimt te luisteren naar de beweegredenen van deze christenen, die juist uit liefde voor hun naasten en hun geloofstraditie de grenzen van de tolerantie willen bewaken.
De Kerk als ideologisch filiaal
Wanneer kerkelijke leiders zich uitsluitend uitspreken tegen "rechts" nationalisme, maar zwijgen over de totalitaire trekken van de islam of de afbraak van christelijke waarden door extreem-liberaal beleid, verliest de Kerk haar profetische stem. Zij wordt dan wat de profeet Jesaja omschrijft als "stomme honden die niet kunnen blaffen" (Jesaja 56:10).
De Kerk hoort boven de partijen te staan, maar de RvK lijkt te zijn verworden tot een morele verlengstuk van progressief Nederland. In plaats van de Schrift te gebruiken om de cultuur te corrigeren, gebruikt zij de heersende politieke correctheid om de Bijbelgetrouwe gelovige te corrigeren. Dit is een gevaarlijke omkering.
In Galaten 1:10 vraagt de apostel Paulus zich af: "Ben ik nu bezig mensen te overtuigen of God? Of probeer ik mensen te behagen? Als ik immers nog mensen behaagde, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn."
Lees ook: Micha-verklaring vecht tegen windmolens en negeert het echte extreem-rechts
De miskenning van de democratische verantwoording
Als ex-Kamerlid heb ik ervaren dat politiek gaat over het maken van keuzes in een gebroken wereld. Het beschermen van de Nederlandse rechtsstaat tegen een ideologie die deze rechtsstaat wil vervangen door sharia-wetgeving, is een daad van verdediging, niet van radicalisme. De RvK suggereert dat "discipelschap" betekent dat je alles moet accepteren wat op ons afkomt. De Bijbel leert ons echter ook voorzichtigheid: "Een schrander mens ziet het kwaad en verbergt zich, maar de onverstandigen gaan door en worden gestraft" (Spreuken 22:3).
Wie de negatieve gevolgen van massa-immigratie en de opkomst van heidense religies benoemt, handelt vanuit deze Bijbelse schranderheid. Hem dan wegzetten als "radicaal" is een miskenning van de christelijke verantwoordelijkheid voor een veilige en stabiele samenleving.
De dialoog die geen dialoog is
Het is wrang dat de Raad van Kerken de mond vol heeft van "dialoog" met de islam, maar de dialoog met de eigen christelijke achterban die kritisch is op de multiculturele samenleving, feitelijk heeft opgezegd. Door deze groep te criminaliseren, drijft de kerkelijke top de gelovigen uit de Kerk. Men zoekt de eenheid met de vreemde leer, maar verbreekt de eenheid met de broeder die een ander politiek inzicht heeft.
De politisering van de RvK is een teken van geestelijke armoede. In plaats van de nadruk te leggen op de bekering tot Christus en de trouw aan Zijn Woord, kiest men voor een politieke strijd tegen een zelfgecreëerd vijandbeeld van "radicaal-rechts". Hiermee doet de Raad precies wat zij anderen verwijt: zij polariseert, zij sluit uit en zij veroordeelt. Een ware weg van discipelschap begint bij nederigheid en het erkennen dat de zorg voor het eigene geen zonde is, maar een deugd.
Ware naastenliefde vereist de waarheid – een oproep tot bekering
In het voorgaande zien we dat de koers van de Raad van Kerken niet alleen politiek eenzijdig is, maar ook theologisch op drijfzand rust. Door de exclusiviteit van Christus te relativeren ten gunste van een multiculturele dialoog, en door de natuurlijke liefde voor het eigen volk te brandmerken als "radicaal", verliest de Raad haar recht van spreken als geestelijk leidsman. Het is tijd om de balans op te maken en terug te keren naar de kern van ons getuigenis.
De valse tegenstelling tussen liefde en weerbaarheid
De grootste denkfout in het rapport van de RvK is de suggestie dat naastenliefde gelijkstaat aan grenzeloze acceptatie. De Bijbel leert ons echter dat liefde en waarheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. In 1 Korintiërs 13:6 staat dat de liefde "zich niet verblijdt over de ongerechtigheid, maar zich verblijdt over de waarheid."
Ware naastenliefde voor de moslim betekent niet dat we zijn religie als gelijkwaardig erkennen of meedoen aan zijn rituelen. Integendeel: het is een daad van liefde om vast te houden aan de unieke redding door Jezus Christus. Het is een daad van liefde om onze samenleving te beschermen tegen een ideologie die geen ruimte laat voor de gewetensvrijheid die het christendom ons heeft gebracht. Wie de waarheid verzwijgt om de lieve vrede te bewaren, heeft de naaste niet werkelijk lief, maar laat hem in dwaling.
De Kerk is geen politiek actiecomité
De Raad van Kerken moet zich de vraag stellen: wie dienen wij? Als de Kerk de taal van de wereld spreekt, de labels van de wereld plakt en de vijanden van de wereld tot haar vijanden maakt, is zij niet langer het zout der aarde. Wanneer de "weg van discipelschap" wordt verward met een politiek manifest tegen een specifiek deel van de eigen achterban, is de Kerk haar kompas kwijt.
De apostel Petrus herinnert ons eraan: "Want het is nu de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God" (1 Petrus 4:17). Voordat de RvK haar vinger wijst naar christenen met een hart voor hun land, zou zij de hand in eigen boezem moeten steken. Waar was de stem van de Raad toen christelijke waarden op het gebied van gezin, leven en geloofsvrijheid werden afgebroken? Waarom zwijgt de Raad over de vervolging van christenen wereldwijd door diezelfde ideologie waarmee zij hier de dialoog zoekt?
Een oproep aan de Raad van Kerken
Ik roep de leiding van de Raad van Kerken op om:
- De Schrift weer centraal te stellen: Stop met het relativeren van de exclusieve claim van Jezus Christus. Erken dat de islam en het christendom fundamenteel verschillende en onverzoenlijke waarheidsclaims hebben.
- De eigen achterban te respecteren: Erken dat de zorg voor de eigen cultuur, het eigen volk en de eigen veiligheid een Bijbelse basis heeft. Stop met het demoniseren van christenen die vanuit deze overtuiging politiek handelen.
- Herder te zijn, geen politicus: Keer terug naar de taak om de kudde te beschermen tegen dwaalleer en spirituele verwatering, in plaats van de kudde te verdelen op basis van politieke voorkeur.
Tot slot: De moed om apart te staan
De Bijbel eindigt niet met een universele menselijke eenheid, maar met de overwinning van het Lam. Onze opdracht is niet om op te gaan in een wereldreligie of een politiek correcte consensus, maar om als een "Heilig volk" apart gezet te zijn voor God.
Als (oud-)volksvertegenwoordiger heb ik gestreden voor de vrijheid en de identiteit van Nederland. Als christen doe ik dat nog steeds. Ik laat mij de maat niet nemen door een instituut dat de taal van de wereld belangrijker vindt dan de taal van het Woord. Wij buigen niet voor de tijdgeest, wij buigen alleen voor de Koning der Koningen.
Laten we de moed hebben om de waarheid te spreken, ook als dat ons het label "radicaal" oplevert. Want in een wereld van dwaallichtjes is de onverdunde waarheid van het Evangelie de enige radicale hoop die we hebben.
Chris Faddegon is werktuigbouwkundige en kerkorganist. Van 2024 tot 2025 was hij lid van de Tweede Kamer namens PVV.
Teken daarom nu de petitie aan alle gemeenteraadsleden van Nederland: "Beloof geen AZC te plaatsen!"
Massa-immigratie en islamisering ondermijnen cultuur, welvaart en veiligheid. U kunt dit tegengaan door de komst van AZC's te blokkeren. Die macht heeft u! Geef prioriteit aan de toekomst van de burgers die u vertegenwoordigt: hardwerkende Nederlanders, starters, gezinnen – geen miljarden voor een eindeloze stroom aan asielzoekers, die islam en criminaliteit met zich mee brengen. Ik roep u daarom op te beloven geen AZC in uw gemeente te plaatsen.
Laatst bijgewerkt: 4 mei 2026 17:28