Nieuw Sociaal Contract: de nieuwe partij van Pieter Omtzigt

Er zijn in de uitgangspunten van de nieuwe partij van Pieter Omtzigt elementen van de katholieke sociale leer terug te vinden, maar zal dat genoeg zijn? (Beeld: screenshot NPO)

Nieuw Sociaal Contract: de nieuwe partij van Pieter Omtzigt

Pieter Omtzigt heeft eindelijk zijn plannen voor de verkiezingen van november bekend gemaakt. Hij komt met een nieuwe partij, die dezelfde naam draagt als zijn recente boek Een nieuw sociaal contract, dat op Bol.com louter vijf sterren oogst.

Pieter Omtzigt

Net zo veelbelovend zijn de peilingen voor Pieter Omtzigts nieuwe partij, volgens welke hij in één klap 46 zetels zou kunnen bereiken. Maar Omtzigt zelf heeft al laten weten niet de grootste te willen worden, al was het maar om geen ‘plofpartij’ te worden als de voormalige LPF, de partij van de vermoorde Pim Fortuyn. Na een grote verkiezingsoverwinning bleek die partij vooral een kruiwagen met kikkers te zijn. Ook Forum voor Democratie heeft laten zien dat het gemakkelijker is een verkiezingsoverwinning te behalen dan die te bestendigen, terwijl BBB ook nog moet bewijzen haar overwinning in de verkiezingen voor de Eerste Kamer vol te kunnen houden tot die voor de Tweede.

Omtzigt is buitenbeentje

De voor een politicus ongebruikelijke ambitie niet perse de grootste te willen worden, toont ten overvloede aan dat Omtzigt in de politiek een buitenbeentje is. Zijn dossierkennis, analytische intelligentie en werkkracht zijn onomstreden, en maken hem tot een geduchte controleur van de regering. Maar een luis in de pels zijn, is iets anders dan zelf pels worden. Het controleren van de macht is iets anders dan daar zelf deel van uitmaken en bovendien de boel bij elkaar houden door leiding te geven aan een partij. In zijn eigen partij van herkomst, het CDA, kon Omtzigt zich lang handhaven dankzij voorkeurstemmen, maar vooral toen de partij in de regering plaats nam en navenant minder behoefte kreeg aan parlementaire controle, werd voor Omtzigt uitgezien naar de spreekwoordelijk geworden “functie elders”.

COV WhatsApp-banner

‘Persoonlijk bezit wordt gestimuleerd’

Daartegenover wil Omtzigts nieuwe partij ‘Nieuw sociaal contract’ (NSC) een “nieuwe beweging” zijn. Zoals blijkt uit de juist verschenen ‘Grondbeginselen & uitgangspunten’ legt de partij (net als BBB) de nadruk op de goede burger. “Daarbij”, aldus het document, “staan persoonlijke verantwoordelijkheid, gezin, familie en gemeenschappen en gespreid privaat bezit in evenwicht met staat en markt”. Dat is in overeenstemming met de katholieke sociale leer, als met “gespreid privaat bezit” althans geen socialistische nivelleringspolitiek wordt bedoeld, maar het tegengaan van een almachtige “financiële oligarchie” waarvoor ook prof. Plinio Corrêa de Oliveira heeft gewaarschuwd. NSC specificeert: “Persoonlijk bezit wordt gestimuleerd, maar dient in handen van velen te zijn en geconcentreerd bij weinigen, die dan alles wederom verhuren aan de rest van de bevolking.” Positief is dat NSC onderkent dat de bestaanszekerheid is ondermijnd door de excessieve klimaatpolitiek van de kabinetten-Rutte.

Twee verlichtingsdenkers

De benaming ‘Nieuw sociaal contract’ is hopelijk beeldspraak om aan te geven dat men de maatschappelijke verhoudingen op een nieuwe leest wil schoeien. Het ‘sociaal contract’-denken staat immers haaks op de katholieke sociale leer. Die laatste gaat immers uit van de sociale natuur van de mens, die hem ertoe brengt gemeenschap te vormen, niet door contractonderhandelingen, maar organisch, via gezin, buurt, stad enzovoort, zoals die zich vormen onder invloed van godsdienst en geschiedenis. De term ‘sociale contract’ is karakteristiek voor de twee Verlichtingsdenkers, die prof. Andreas Kinneging in zijn recente werk Hercules op de tweesprong juist aanwees als de zogezegde boosdoeners van de moderniteit: Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) en Thomas Hobbes (1588-1679), de een een grondlegger van de romantische variant van de Verlichting, die van het gelijkheidsdenken van het socialisme (Rousseau) de ander van het vrijheidsdenken van het liberalisme (Hobbes).

Samenleving als minste van kwaden

Beide denkers vertrekken vanuit een vermeende oertoestand van de mens. Bij de een, Rousseau, is die paradijselijk, bij de ander, Hobbes, is dat een ‘oorlog van allen tegen allen’. Een ‘sociaal contract’ zou de mensen, althans volgens deze denkers, ertoe gebracht hebben een deel van hun oorspronkelijke vrijheid in te ruilen voor de bescherming door een heerser, die de orde en de vrede in de samenleving bewaart. De samenleving is in die visie dus op zijn best een minste van alle kwaden, iets waar het katholieke sociale denken heel wat positiever tegenover staat, omdat het vertrekt vanuit de natuurwet: dat wil zeggen dat de mens van nature tot gemeenschapsvorming geneigd is, de samenleving daaruit voortvloeit en op haar beurt aan de menselijke natuur recht moet blijven doen.

EU, handen af van onze pensioenen

‘Vertrouwenscrisis’ jegens de politiek

Die laatste notie is ook wel in Grondbeginselen & Uitgangspunten terug te vinden, want het document concentreert zich op verbetering van zowel de bestaanszekerheid van de burgers als “bestuurscultuur”. Dat laatste heeft natuurlijk te maken met het schandaal van de onterechte en rücksichtloze terugvordering van toeslagen door de Belastingdienst, waarin Omtzigt zich sterk heeft geprofileerd. Ook met de bedisselmentaliteit van wat Telegraaf-commentator Wouter de Winther de “Rutte-kliek” noemt, waarvan de leden nu allemaal op punt van opstappen staan, met premier Mark Rutte voorop. Feit is dat die heeft bijgedragen aan wat Omtzigt een “vertrouwenscrisis” van de burgers tegenover de politiek noemt. Enigszins overtrokken meent zijn document: “Wat in vijfhonderd jaar stap voor stap is opgebouwd, lijkt nu in één politieke generatie voor een belangrijk deel tenietgedaan te worden.” Met als gevolg dat er “geen langetermijnstrategie voor energiezekerheid” of voor “voedselzekerheid” is, terwijl politieke problemen “al jaren worden afgekocht met grote hoeveelheden geleend belastinggeld, zowel in Den Haag als in Brussel, waarmee de politici van nu een enorme hypotheek leggen op de toekomst.”

‘Verstandige internationale samenwerking’

Met die analyse kun je in grote lijnen instemmen, maar belangrijker is: hoe denkt de nieuwe partij van Omtzigt die problemen te bezweren? In overeenstemming met de traditionele (maar niet waargemaakte) CDA-ideologie dat het “maatschappelijk middenveld” versterkt moet worden, pleit daar ook NSC voor. “Als we het over burgers hebben, spreken we over burgers individueel en gezamenlijk via de eigen verenigingen en organisaties – financieel en maatschappelijk gedragen door leden of donateurs. We hebben het juist niet over lobbyisten of grotendeels door de staat, loterijen of externe fondsen gefinancierde organisaties en actiegroepen.” Behalve de al genoemde “bestaanszekerheid” en “goed bestuur” kaart NSC ook “verstandige internationale samenwerking” als kernpunt aan. Nederland is veel te gemakkelijk allerlei internationale afspraken aangegaan: “Vooral de manier waarop de euro een schuldenunie aan het worden is, baart grote zorgen. […] Langjarige massieve opkoopprogramma’s van staatsschulden hollen de spaartegoeden en pensioenen uit en verhogen het risico op een financiële crash en/of een steeds grotere schuldenunie.”

Migratieproblematiek: jaarlijks stad erbij

Op dit punt komt ook het beleidstekort inzake de migratieproblematiek even aan de orde. “De hoge migratiestromen zorgen ervoor dat door migratie in Nederland jaarlijkse een stad bijgebouwd moet worden. De voorspelling is dat Nederland nog enkele miljoenen nieuwkomers moet gaan huisvesten als er geen beleid gemaakt wordt. In samenhang met de druk op de volkshuisvesting, onderwijs, schaarse basisvoorzieningen en overheidsmiddelen moeten keuze gemaakt worden in het beperken van migratiestromen.”

Vul de peiling in: Moet Nederland uit het World Economic Forum stappen?

‘Rijnlands denken’ de oplossing?

Met zijn nieuwe partij NSC kondigt Pieter Omtzigt de aanpak van tal van problemen aan, waarvan niemand zal ontkennen dat die bestaan en dat die in hoge mate veroorzaakt en verergerd zijn door de ‘technocratische’ kabinetten-Rutte, waarin “schijndraagvlak” gezocht werd bij “lobbyisten en overlegtafels” die akkoorden sluiten, waarna “subsidies naar de deelnemers van de overlegtafels gaan en de ondervertegenwoordigde burger een groot deel van de rekening via de belastingen betaalt.” Of het “Rijnlandse denken” dat NSC bepleit daarvoor de oplossing is, mag echter betwijfeld worden.

Historisch fenomeen niet zomaar herhaalbaar

Dit denken, verwijzend naar de wederopbouw van de Bondsrepubliek na de oorlog, was een mengeling van christendemocratisch beleid, geïnspireerd door de katholieke sociale leer en het socialisme van de SPD, leidend tot het Wirtschaftswunder van een sociale welvaartsstaat. Maar dat gebeurde onder zeer specifieke historische omstandigheden, waarvan een nog sterk levende christelijke traditie in Duitsland de belangrijkste was. Dat Rijnlandse model wordt door NSC weliswaar aangeroepen, als een “bewustzijn” dat “structureel moet terugkeren”, maar om een christelijke samenleving te herstellen is een aanroeping niet genoeg. Daarvoor zal nog heel wat meer nodig zijn.

Laatst bijgewerkt: 14 november 2023 11:09

Doneer