Waarom 'woke' klassieke muziek de nek wil omdraaien

Waarom 'woke' klassieke muziek de nek wil omdraaien

Meld u gratis aan voor onze WhatsApp-berichtendienst om op de hoogte te blijven van nieuwe acties en artikelen van Cultuur onder Vuur. Aanmelden »

Het zijn spannende tijden voor de klassieke muziekwereld. De voorvechters van de kritische rassentheorie (Critical Race Theory) en hun meelifters richten nu ook hun pijlen op de muziek en hakken de grond onder hen weg, veel sneller dan ze hun funderingen kunnen verstevigen.

De “wetenschap” van "systemisch racisme"

De aanval tegen de klassieke muziek verloopt volgens hetzelfde traject als in andere sectoren. Er zijn niet genoeg zwarten of allochtonen onder het publiek, de orkesten, de dirigenten, de bestuurders, de componisten of de geldschieters van de klassieke muziek. De voetsoldaten van de kritische rassentheorie laten slechts twee mogelijke verklaringen toe. Het establishment van de klassieke muziek is openlijk, maar als daar geen bewijs van wordt gevonden "systemisch" racistisch en discriminerend. Andere opties zijn er niet.

Teleurstellende resultaten

Er is gezocht, maar geen bewijs gevonden van racisme. Integendeel, al meer dan dertig jaar rekruteren elitaire muziekscholen in de Verenigde Staten actief zwarte en Latijns-Amerikaanse musici. Zij hebben de muziekbibliotheken uitgekamd voor werken gecomponeerd door leden van "gemarginaliseerde" groepen. Zij hebben orkestrale partituren geschreven voor melodieën die in andere genres zijn geschreven, zoals jazz en rock and roll. De resultaten waren kennelijk teleurstellend. De identiteits-politici van de kritische rassentheorie beweren dat het probleem dieper moet liggen. Het moet te wijten zijn aan sinistere onderstromen van een racistische cultuur dat zwarten en andere minderheden weinig succes hebben in de klassieke muziekwereld.

Moet Keti Koti een verplichte feestdag worden?

Financiële onzekerheid leidt tot angst

De toekomst van de meeste orkesten hing al aan een zijden draadje voordat de nieuwste ideologische aanvallen erbij kwamen. Het publiek voor klassieke muziek is inderdaad aan het slinken. Vijftig jaar geleden hadden de meeste plaatsen, ook de kleinere, een muziekschool, een harmonie of een orkest. De meeste kinderen werden nooit beroepsmusici, maar de natuurlijke blootstelling eraan zorgde ervoor dat ze klassieke muziek konden waarderen en concerten konden bijwonen. Sindsdien is het aantal orkesten en muziekschoolleerlingen gestaag afgenomen. Ouders, geconditioneerd door drie generaties popmuziek, kopen voor hun kinderen gitaren of een drumset - geen violen en hoorns. Veel muziekscholen, jeugdorkesten en fanfares hebben meer en meer popmuziek op het repertoire.

Lees ook: De echte geschiedenis van Zwarte Piet

Vergrijzing en gebrek aan smaakcultivering

Ook voor Nederland en andere Europese landen geldt wat muziekcriticus Terry Teachout opmerkte over Amerika: "Klassieke muziek zit in een steeds benardere hoek. Hoewel veel gevestigde orkesten nog steeds een respectabel aantal toeschouwers trekken, wordt het voor de meeste moeilijker om dat te doen, en zelfs de nog steeds populaire ensembles zoals de New York Philharmonic (in Nederland het Koninklijk Concertgebouworkest of het Residentie Orkest) zien hun publiek met het jaar grijzer worden. De reguliere media hebben al lang geleden hun belangstelling voor klassieke artiesten verloren. Klassieke radiostations zijn hard op weg om tot het verleden te behoren, en de grote klassieke platenlabels zijn in terminaal verval."

Lees ook: De ideologie van Black Lives Matter: niet ras, maar revolutie

"De witheid van klassieke muziek"

Dit dalende publiek heeft de orkesten gedwongen hun fondsenwerving te verleggen naar een afnemende groep van bedrijven en stichtingen die geïnteresseerd zijn in de financiering van hun werk. Het resultaat is dat de orkesten merken dat de wereld van klassieke muzieksupporters geïntimideerd wordt door links cultuuractivisme. De uitvoerders van klassieke muziek zijn dus bijzonder kwetsbaar voor beschuldigingen zoals die van Alex Ross van The New Yorker: "De witheid van klassieke muziek is [een] probleem. De raciale en etnische samenstelling van de canon is nauwelijks verrassend, gezien de Europese demografie van voor de twintigste eeuw. Maar toen die traditie werd getransplanteerd naar de multiculturele Verenigde Staten, mengde zij zich in de raciale hiërarchie die het land vanaf zijn oprichting had beheerst. De blanke meerderheid had de neiging om Europese muziek te adopteren als een teken van haar suprematie... Er werd weinig moeite gedaan om Amerikaanse componisten te cultiveren; het leek belangrijker om een fantasie van Beethoveniaanse grootsheid te fabriceren."

Banner coronacoup

Emoties lopen hoog op

Er zijn veel argumenten om de analyse van Alex Ross te weerleggen, aangezien minderheden zeer betrokken zijn bij muziek. Afro-Amerikaanse componisten en muzikanten gebruikten hun capaciteiten in meer populaire (en meer winstgevende) muziekvormen. Universiteiten zoals de Julliard School in New York kunnen wijzen op reeds lang bestaande programma's om muzikanten uit minderheidsgroepen aan te werven, waardoor kansen worden geschapen die vaak onbenut blijven. Aziatische musici zijn steeds talrijker en prominenter aanwezig op het klassieke muziektoneel.

Bedrijven uit het lood geslagen

Hoe feitelijk deze argumenten ook mogen zijn, ze laten zich niet goed vertalen in het progressieve lexicon. Dergelijke redenaties zijn veel te logisch en komen niet in de favoriete emotionele sfeer van de linkse mensen. Bedrijven en stichtingen zijn uit het lood geslagen door de "antiracistische" mentaliteit die voortkomt uit de kritische rassentheorie. Risicomijdende bedrijfsculturen rillen van angst bij het idee alleen al om in het vizier van een culturele controverse te komen. Veel grote stichtingen, zoals de zeer liberale Ford Foundation en de Carnegie Corporation, stoppen met het subsidiëren van de plotseling controversieel geworden orkesten.

Facebook, stop de oorlog tegen Zwarte Piet!

Het vergif wordt eigen gemaakt

Dus de orkesten capituleren. Heather Mac Donald documenteert de diepte van hun onderwerping in haar artikel Classical Music's Suicide Pact:

"De Liga van Amerikaanse orkesten gaf een verklaring uit waarin ze spijt betuigden dat ze decennia lang 'systematische discriminatie van zwarte mensen hadden getolereerd en bestendigd, discriminatie die weerspiegeld wordt in de praktijken van orkesten en in ons hele land’. Het Hartford Symphony Orchestra verontschuldigde zich voor zijn "geschiedenis van passiviteit om de racistische systemen en structuren die zwarte musici, componisten en gemeenschappen lang hebben onderdrukt en gemarginaliseerd, effectief aan te pakken. De Opera van Seattle kondigde aan dat het 'prioriteit zal blijven geven' aan antiracisme en ‘genoegdoening zal geven' voor het veroorzaken van leed."

SJW-houding overtuigt niemand

De Opera van Seattle ging nog een stap verder. In 2020 brachten zij een video uit met de pakkende titel Crescendo for Racial Justice in Opera. Er zitten vijf zwarte en Latijns-Amerikaanse panelleden in, gemodereerd door de "Director of Programs and Partnerships" van de organisatie. Dit kruiperige programma is niet indrukwekkend. De houding van de "Social Justice Warrior" overtuigt niemand.

Bestel Groen is het nieuwe rood

Ons muzikale cultuurgoed beschermen

Onze orkesten, operagezelschappen en muziekscholen zouden zich juist moeten profileren als de bewaarders van een waardevolle maatschappelijke traditie. De zielsverheffende kwaliteiten van klassieke muziek zijn hard nodig in een materialistische wereld. In bed springen met hun ideologische tegenstanders maakt hen alleen maar vies. De cultureel marxisten geven niets om klassieke muziek of de veronderstelde massa’s "onderdrukte" musici. Zij willen naar een egalitaire maatschappij waar geen plaats is voor uitblinken. Ze willen de musici niet verheffen; ze willen de muziek stoppen. Het samenkomen van cultuurmarxisme en kritische rassentheorie is logisch omdat zij beide klassenstrijd nastreven en de sociale harmonie vernietigen die in een waarlijk beschaafde samenleving zou moeten bestaan. De socialistische "utopie" is niets anders dan een kleurloze hel van de wanhoop.

Dit artikel van Edwin Benson verscheen eerder in het Engels op tfp.org